0 tot 4 maanden: melkvoeding als basis

In deze fase bestaat de voeding uit borstvoeding of volledige zuigelingenvoeding. Voed op verzoek en let onder meer op zoeken, sabbelen en handjes naar de mond als vroege hongersignalen. Gebruik bij flesvoeding de bereidingswijze en verhouding op de verpakking; maak de voeding niet zelf van gewone melk en water.

4 tot 6 maanden: kleine oefenhapjes

Tussen 4 en 6 maanden kun je, als je baby eraan toe is, beginnen met kleine oefenhapjes. Melkvoeding blijft de basis. Begin met een kleine hoeveelheid en bouw rustig op; het doel is kennismaken met smaken en structuren, niet meteen een melkvoeding vervangen.

6 tot 8 maanden: vaste voeding uitbreiden

Vanaf 6 maanden is vaste voeding nodig naast borst- of flesvoeding. Voorbeelddagmenu's zijn alleen houvast: je baby hoeft niet alles op te eten en kan meer of minder melkvoedingen vragen. Bied geschikte structuren aan en laat je baby tijdens het eten rechtop en onder toezicht zitten.

8 tot 12 maanden: naar meer maaltijden

In deze periode vervang je geleidelijk enkele melkvoedingen door maaltijden. Varieer binnen wat geschikt is voor de leeftijd en blijf letten op honger en verzadiging. Geef geen hele noten of andere harde, ronde stukken waaraan een baby zich gemakkelijk kan verslikken.

Vitamines en persoonlijk advies

Het Voedingscentrum adviseert voor kinderen tot 4 jaar dagelijks 10 microgram vitamine D. Voor vitamine K hangen de adviezen onder meer af van borst- of flesvoeding en de hoeveelheid flesvoeding. Bespreek twijfel over groei, drinken, allergieën, veel spugen of weinig natte luiers met het consultatiebureau of een arts.

Waarom we geen strak milliliterschema geven

Een vaste tabel kan preciezer lijken dan medisch verantwoord is. De behoefte verschilt per baby en verandert tijdens groeifasen. Gebruik daarom actuele informatie van het Voedingscentrum en het persoonlijke groeibeeld van je baby als uitgangspunt.